De cameratwetgeving

De privacycommission

Elke nieuwe bewakingscamera, behalve voor thuisgebruik, moet u volgens de nieuwe camerawet in principe laten registreren. Oudere camera’s moeten binnen een tweetal jaar worden aangemeld. Kortom, de nieuwe camerawet heeft mogelijk ook aanzienlijke gevolgen voor uw eigen bedrijf. 

Camerabewaking is booming business. Aandelen van camerafabrikanten als Mobotix zijn op de beurs de voorbije jaren flink in waarde gestegen. Niet moeilijk als u weet dat u als gemiddelde bezoeker in Londen op een doorsnee werkdag gemiddeld driehonderd keer wordt geregistreerd door een camera. In tegenstelling tot in de Angelsaksische landen, is de wet in ons land vrij strikt. Al is het juridisch kader, dat overigens het voorbije jaar grondig veranderde, niet altijd voldoende duidelijk. We proberen, aan de hand van vraag en antwoord, wat licht te doen schijnen in de duisternis.

Vraag 1) Is geheime cameracontrole toegestaan in ons land?

Antwoord: In principe niet. Het filmen van personen via een bewakingscamera is een ‘verwerking’ van persoonsgegevens in de zin van de privacywet en dus verboden zonder toestemming van de gefilmde persoon. Al zijn er via allerlei andere wetgevende bepalingen ook een resem uitzonderingen op dit verbod.

Overeenkomstig artikel 5, paragraaf 2, eerste lid van de camerawet moet de verantwoordelijke voor de verwerking voorafgaand aan het plaatsen van een bewakingscamera in een niet-besloten plaats:
* een positief advies bekomen van de betrokken gemeenteraad, en
* een positief advies bekomen van de betrokken korpschef van de politie, waaruit blijkt dat een veiligheids- en doelmatigheidsanalyse werd uitgevoerd en dat de plaatsing beantwoordt aan de privacywet.


Vraag 2) Welke wetgeving is van toepassing?

Antwoord: De privacywet blijft voor camerabewaking de algemeen heersende wet. “Die privacywet speelt hier altijd en reikt dus verder dan bijvoorbeeld enkel bepalingen voor het bewaren en verwerken van adresgegevens in een databank”, illustreert Patrick Van Eecke, partner bij advocatenkantoor DLA Piper en professor aan de Universiteit Antwerpen. Van Eecke benadrukt dat de privacywetgeving steeds blijft gelden, ook in gevallen waar andere wetgevende bepalingen, zoals de camerawet, niet van toepassing zijn.

Vraag 3) Wat is de camerawet?

Antwoord: Deze wet krijgt in dit artikel het meeste aandacht, omdat deze nog vrij recent is. Hij trad namelijk op 11 juni 2007 in werking en regelt plaatsing en gebruik van bewakingscamera’s. De camerawet is niet van toepassing als specifieke wetgeving geldt zoals de zogenaamde Voetbalwet (die onder andere het gebruik van camera’s in voetbalstadions behandelt) of CAO nummer 68 (voor onder andere het opnemen van werknemers, zie vraag nummer 8).


Vraag 4) Wanneer is er sprake van een bewakingscamera?

Antwoord: Volgens de camerawet is een bewakingscamera elk vast of mobiel toestel, dat tot doel heeft om misdrijven of overlast te voorkomen, op te sporen of om de orde te handhaven. Het toestel verzamelt, verwerkt of bewaart hiervoor beelden. “Een camera die geen beelden van mensen registreert, en dus enkel tot doel heeft om bijvoorbeeld een productieproces in het oog te houden, valt in principe dus niet onder deze camerawet”, licht Van Eecke toe.


Vraag 5) Waar mogen bewakingscamera’s worden geplaatst (en waar niet)?

Antwoord: De wet maakt hiervoor een onderscheid tussen:

- Een niet-besloten plaats (zoals de openbare weg).
- Een publiek toegankelijk besloten plaats (zoals een warenhuis), die minstens door een visuele afbakening is omsloten.
- Een besloten plaats die niet voor het publiek toegankelijk is (zoals een woning of een kantoor).

Het onderscheid tussen deze drie plaatsvormen is cruciaal. Want bij elk van die drie plaatsen gelden andere voorschriften. Camera’s op niet-besloten plaatsen mogen bijvoorbeeld alleen na positief advies van de gemeenteraad en de korpschef. “Zo mag de uitbater van een discotheek bijvoorbeeld in principe geen beelden nemen die een groot stuk van de openbare weg registreren.” Bij twijfel of als er diverse plaatsen met één camerasysteem worden gecontroleerd, geldt het strengst wettelijke regime.


Vraag 6) Mag ik een beveiligingscamera plaatsen?

Antwoord: Om een bewakingscamera te mogen plaatsen moet rekening worden gehouden met een aantal bepalingen:

- Het proportionaliteitsprincipe: een afweging tussen de privacy van de betrokkene en de cameraverantwoordelijke. “Is het bijvoorbeeld echt nodig dat in de wachtkamer van een huisarts een camera wordt geïnstalleerd? En worden er bijvoorbeeld geen overbodige beelden geregistreerd?”

- De camera mag geen gevoelige beelden registreren. Klassiek voorbeeld hierbij zijn beveiligingscamera’s in toiletten of in kleedhokjes.

- Geheime camera’s zijn verboden. Er moet steeds een pictogram worden aangebracht, dat de betrokkene waarschuwt van de aanwezigheid van een camera.

- Beelden mogen nooit langer dan één maand worden bewaard, tenzij ze ondertussen gebruikt worden om een misdrijf op te helderen. Ook heeft enkel de verantwoordelijke, of de persoon die onder zijn gezag handelt, toegang tot de opgenomen beelden.


Vraag 7) Moet ik mijn camera aangeven bij de privacycommissie?

Antwoord: Enkel op de besloten plaats die niet voor het publiek toegankelijk is, is er geen aangifteplicht bij de privacycommissie, voor zover die camera enkel dient voor huishoudelijk en privégebruik. Bij de andere eerste twee plaatsvormen (= de niet-besloten plaats én de publiek toegankelijk besloten plaats) moet de aangifte dus wel.
Deze wet is van toepassing op elke nieuw geplaatste bewakingscamera. Die moet in principe meteen bij de plaatsing geregistreerd worden bij de privacycommissie. Voor oude camera’s geldt een overgangstermijn van drie jaar. Zij moeten ten laatste op 10 juni 2010 zijn gemeld bij deze instantie.


Vraag 8) Wat is CAO 68?

Antwoord: CAO 68, die dateert van juni 1998, behandelt de persoonlijke levensfeer van de werknemers ten opzichte van camerabewaking op de werkvloer.

Ook hier geldt het proportionaliteitsprincipe, dat aangeeft dat camera’s echt wel verantwoord moeten worden gebruikt op de werkvloer. Doelstellingen voor het gebruik van camera’s op de werkvloer liggen in de lijn van de bescherming van goederen van het bedrijf, de veiligheid, de controle van het productieproces of de arbeid van de werknemer. CAO 68 wijst ook op de transparantie wat aangeeft dat er wel melding moet worden gemaakt van de aanwezigheid van camera’s op bijvoorbeeld een ondernemingsraad, het comité voor preventie op de werkvloer of in het arbeidsreglement. 

Vraag 9) Wat als wetgeving overlapt?

Antwoord: Camerabewaking in een grootwarenhuis is hier een typisch voorbeeld van. “Bewakingscamera’s dienen daar tegelijk om toezicht te houden op het personeel als om misdrijven te voorkomen”, weet Van Eecke. In zo’n geval moeten beide regelgevingen worden gerespecteerd. “Dus in principe zowel de camerawet eerbiedigen van personen die onder de camerawet vallen, zoals de klanten. En anderzijds CAO 68 eerbiedigen voor de camerabewaking op de arbeidsplaats, zoals het personeelslid dat de kassa bedient.”


10) Kan ik werknemers ontslaan als mijn camera’s niet conform de wetgeving zijn bevestigd?

Antwoord: Eigenlijk niet. Want het bewijsmateriaal dat u verzamelt om hen te betrappen, geldt bijvoorbeeld niet als u werknemers in het geheim op camera registreert. Al plaatst Patrick Van Eecke enige nuance door te verwijzen naar het zogenaamde Chocolaterie Arrest. “Daaruit bleek dat een onwettelijke camera toch nog strafrechterlijke gevolgen tot stand kon brengen. De strafrechter oordeelde dat een werkneemster die herhaaldelijk geld uit de lade stal dus wel kon worden vervolgd.”


Vraag 11) Hoe moet het pictogram eruit zien dat duidt op camerabewaking?

Antwoord: Een recent koninklijk besluit van 21 februari 2008 verduidelijkt hoe het pictogram eruit moet zien, hoe groot het moet zijn en zelfs uit welk materiaal het moet bestaan.

WxCams.be BVBA
Jozef Duthoystraat 48
B8790 Waregem
Tel & Fax +32 (0)56/61.70.08
E-mail